De onttakeling van de Poolse rechtsstaat

Opnieuw een bijdrage van Pieter van Os. Deze verscheen eerder in de Groene Amsterdammer.

De onttakeling van de Poolse rechtsstaat

‘Een voorbeeld voor de wereld’

Net als andere autoritaire leiders verkwanselt de Poolse politicus Jaroslaw Kaczynski de rechtsstaat, met hetzelfde inmiddels afgezaagde liedje: ‘de elite’ bedondert ‘het volk’. En homo’s en zo moeten niet zo zeuren.

Een kuipje margarine van Unilevers Rama bevat in Polen tien procent minder vet dan in Duitsland. Blikjes ‘lunchvlees’ van het Deense merk Tulip bestaan in Duitsland voor honderd procent uit varkensvlees, terwijl ze in Tsjechië ook ‘mechanisch gescheiden pluimveevlees’ bevatten.

Marktwerking

Het zijn twee producten waarvan de Universiteit van Praag heeft kunnen aantonen dat ze in Oost-Europa van inferieure kwaliteit zijn, ondanks de vrijwel identieke verpakking. Van tientallen tot honderden andere producten vermoeden burgers en politici in Oost-Europa hetzelfde. Onverschillig laat ze dat allerminst. In Slowakije en Hongarije zijn bedrijfjes ontstaan die burgers online producten uit Oostenrijkse supermarkten aanbieden. In Polen beloven advertenties: ‘Direct uit Duitsland’. Ondertussen hebben Tsjechië, Polen, Hongarije en Slowakije bij de Europese Commissie een verzoek ingediend om de zaak tot op de bodem uit te zoeken. Een Slowaakse minister: ‘We kunnen niet toestaan dat onze burgers als tweederangs worden behandeld. Alle burgers van de EU hebben het recht op dezelfde kwaliteit als het gaat om hetzelfde merk van dezelfde producent.’

Voedingsmiddelengiganten als Unilever en Procter & Gamble wijzen er in een reactie op dat zij, uit naam van winstmaximalisatie, altijd cateren naar lokale voorkeuren en beschikbare inkomens, waar ook ter wereld. Economen wijzen erop dat als de nieuwe besteldiensten winstgevend blijken de multinationals betere producten met duurdere ingrediënten in de Oost-Europese schappen zullen leggen. Zo dicteert de marktwerking.

De reactie van talloze politici valt makkelijker samen te vatten: zie je wel? Ze zien ons als inferieure armoedzaaiers.

Sentiment en politiek

In Polen heeft dat sentiment anderhalf jaar geleden de verkiezingen gewonnen. Jaroslaw Kaczynski, leider van de nationaal-katholieke partij Recht en Rechtvaardigheid (PiS), beloofde zijn kiezers dat hij ‘Polen van de knieën’ zal halen. Inmiddels spreken ministers, regerend met zijn zegen, over ‘repolonisering’ van bankwezen en industrie. Zelfs de term ‘dekolonisatie’ valt. Want het land, zo gaat het verhaal, wordt geknecht, sinds vorige regeringen het hebben verpatst aan multinationals en hun binnenlandse handlangers, lees: verraders.

Economen vinden het een raar verhaal. Naar hun maatstaven gaat het bijzonder goed met Polen. Het land kent al jaren een gemiddelde jaarlijkse groei van vier procent, de economie is in 25 jaar verzevenvoudigd in omvang, terwijl de levensverwachting met acht jaar steeg. Zelfs met de ongelijkheid valt het mee. Van alle landen die sinds 2000 opstoomden van de categorie ‘middle income’ naar ‘high income’ heeft Polen een van de laagste Gini-scores, de coëfficiënt waarmee de Wereldbank inkomensongelijkheid meet. Economen onderstrepen dat die vermaledijde buitenlanders miljarden euro’s in Polen hebben geïnvesteerd, via banken, bedrijven en de EU. Wie over een slap kuipje boter valt, ziet niet dat Magnum-ijsjes en Omo-wasmiddel sinds enkele jaren binnen het bereik van miljoenen Polen zijn gekomen.

Dat is niet het verhaal van Kaczynski’s PiS. Buitenlandse bedrijven hebben niet miljarden geïnvesteerd in Polen, maar miljarden verdiend in Polen, eruit getrokken, over de ruggen van eerlijke en echte Polen.

Onduidelijk is hoeveel Polen het daadwerkelijk zo zien. Honderdduizenden stemden op PiS omdat ze de vorige, inderdaad uitgebluste regering moe waren, niet omdat ze PiS’ kijk op de recente nationale geschiedenis delen. Dat weet Kaczynski. En dus ging hij vanaf dag één aan de slag om voorstellen door het parlement te loodsen die de overwinning een meer permanent karakter kunnen geven, op de wijze van Viktor Orbán in Hongarije of Vladimir Poetin in Rusland. Een complicerende factor is dat PiS regeert met een kleine meerderheid, anders dan Orbán en Poetin. Met 37 procent van de stemmen veroverde de partij 234 van de 460 zetels in de Sejm, de Poolse Tweede Kamer. Daarmee is de grondwet niet te wijzigen.

De maatregelen van de Pis regering

Desondanks is het adembenemend om te zien hoeveel de regering in korte tijd voor elkaar heeft gekregen. Eerst ging het constitutioneel hof eraan, een groep rechters die tijdens PiS’ eerste regering (2005-2007) talloze van de voorgestelde wetten als ongrondwettelijk hadden tegengehouden. Daarna volgde het justitioneel opsporingsapparaat. Het OM fuseerde met het ministerie van Justitie en de minister kreeg de macht om op ieder niveau in te grijpen. Gevolg: onderzoeken naar prominente leden van PiS werden geseponeerd, die naar politieke vijanden geopend. Ondertussen werkt PiS aan voorstellen om de kieswet aan te passen, opdat er districten komen die toekomstige kansen voor de oppositie verkleinen. En de president wil een referendum. Hij wil het volk vragen of het, net als hij, een nieuwe grondwet wil. ‘Eentje die niet door elites is gemaakt.’

In het ambtenarenapparaat, het leger en de publieke omroep is een grote zuivering op gang gekomen. Het gaat om duizenden ontslagen. Bij het leger, zo meldde het ministerie van Defensie trots, is tachtig tot negentig procent van alle topposities vervangen – er is geen generaal meer over. Daarnaast is een nieuw legeronderdeel in het leven geroepen dat direct onder de minister valt, buiten de normale commandostructuur. Een motie van de oppositie die wettelijk verankert dat deze militie – want dat is het – nooit op eigen burgers mag schieten, haalde geen meerderheid. De minister van Defensie heeft zijn eigen Republikeinse Garde.

Het best zichtbaar, ook voor onverschillige burgers, is de zuivering bij de publieke omroep. Journalisten die eerder voor PiS-gezinde kranten en tv-kanalen werkten, hebben de meer dan honderd gezuiverde collega’s vervangen. Gevolg: voor decors die doen denken aan de tijd van voor de val van het communisme vertellen omroepers over de dagactiviteiten van premier of president. ‘Een afgevaardigde van de regering van Qatar bezoekt vandaag…’ Het is alsof de NOS de persberichten voorleest van de Rijksvoorlichtingsdienst.

Soms doet de publieke zender zelfs even helemaal niet aan politiek, zoals tijdens de nacht waarin de oppositie de Sejm weigerde te verlaten uit protest tegen een ballotagebeleid voor journalisten in het parlementsgebouw. De publieke zender besteedde er geen aandacht aan, het zond enkele B-films uit, om later terug te slaan met een documentaire die de parlementaire bezetting een ‘goed voorbereide poging tot een staatsgreep’ noemde. Recep Tayyip Erdogan is nooit ver weg.

Nog een maffer voorbeeld. In een toespraak tijdens de Navo-top in Warschau, afgelopen juli, maande Barack Obama de Poolse regering te stoppen met de verdere onttakeling van de liberale democratie. Hij zei daarbij: ‘Polen is en moet de hele wereld een voorbeeld blijven geven van democratische praktijken.’ De wereld hoorde het, Polen niet. De nationale tv knipte de vermaningen weg en liet een voice-over deze ene zin vertalen als: ‘Polen is en blijft voor de hele wereld een voorbeeld van democratie.’ Op de website volgde zelfs een bericht: ‘Obama noemt Polen voorbeeld van democratie voor de hele wereld.’ Noem het nepnieuws. Voor veel oudere Polen is het retronieuws: het doet denken aan de propaganda onder het communistische bewind.

En er is meer retro. Het recht om te demonstreren is ingeperkt. Er is een geschiedeniswet gekomen die scholen dwingt een nationalistische versie van de vaderlandse geschiedenis te onderwijzen en die het zelfs mogelijk maakt gevangenisstraffen uit te delen aan Polen die het land ‘een slechte naam geven in het buitenland’. Voorts is er een wet in de maak die de aanstelling van rechters ‘democratiseert’, wat zo’n beetje neerkomt op aanstelling van rechters door het parlement.

Een bredere ontwikkeling?

De Grote vraag is natuurlijk: hoe Pools is dit alles? Zien we hier niet uitvergroot wat ook in andere landen dreigt? Groeit niet overal de steun voor een sterke, autoritaire leider? Ja, de overeenkomsten tussen de politiek in Warschau en de rest van de westerse wereld zijn legio. Net als Orbán onttakelt Kaczynski de rechtsstaat uit naam van de democratie. En net als Wilders, Trump en Le Pen zegt Kaczynski te spreken namens de meerderheid, het echte volk, tegen de gecorrumpeerde elite. In de liberale democratie bevalt hem het ‘liberale’ niet, gewaarborgde vrijheden vastgelegd in grondwet en internationale verdragen. De democratie opgevat in voluntaristische zin – als de stem en wil van de meerderheid – is bij hem niet in gevaar. Integendeel: die dient als zaligmakende verantwoording. ‘Wij hebben toch gewonnen?’ Dus weg met die D66-achtige rechters en die zogenaamd neutrale ngo’s die de lof zingen van het pluralisme. De democratie democratisch de nek omdraaien. ‘Teraz kurwa my!’ oftewel: ‘Nu wij gvd!’ Bij kritiek uit het buitenland reageren PiS-politici en -pers eensgezind: die lui verdienen een ‘lesje democratie’.

Herkenbaar is ook dat de Poolse regering de argumenten tegen de liberale democratie uit rechtse én linkse hoek haalt. Rechts: liberalen ondermijnen moraal, religie en vaderlandsliefde. Links: de liberaal is amoreel; hij zegt wel dat het hem om vrijheid en welzijn van gewone burgers gaat, maar het gaat hem gewoon om winst. Puur financieel gewin. Een liberale democratie zal nooit sterk genoeg zijn om grote multinationals aan te pakken die Polen knechten en, zo u wilt, het milieu kapotmaken. (Dat kan Poolse nationalisten dan overigens weer niets schelen.)

Herkenbaar links is ook het economisch beleid van de Poolse regering: verlaging van de pensioenleeftijd (zestig jaar voor vrouwen, 65 voor mannen) is er al door, verhoging van het minimumloon ook, net als gratis medicijnen voor ouderen, een bankenbelasting en een spectaculaire verhoging van de kinderbijslag. Gezinnen met drie kinderen krijgen maandelijks 230 euro, in een land waar het minimumloon 450 euro is. Interessant is overigens dat de economie de lastenverzwaringen voor het bedrijfsleven en de verzwakking van de overheidsfinanciën als gevolg van dit beleid voorlopig in ieder geval goed opvangt. Ook dit jaar bedraagt de economische groei weer meer dan drie procent. >

Even herkenbaar is de xenofobie. In een land waar nauwelijks moslims wonen, is de strijd tegen vermeende islamisering keihard. Kebabtenteigenaren worden bedreigd of in elkaar geslagen en in navolging van Hongarije heeft de regering besloten tot het bouwen van detentiekampen bij de grens, met prikkeldraad en zeecontainers. Ze staan leeg, want voorlopig komen ze niet, de vluchtelingen die de besmettelijke ziektes zullen brengen waar Kaczynski voor waarschuwde. Maar als ze opduiken, zo legt de minister van Binnenlandse Zaken Marius Blaszczak graag uit, dan zal hij ze nooit toelaten, wat Brussel ook piept. ‘Kijk naar de bloedige oogst’ van het ‘slappe multicultibeleid’ in West-Europa. Zegt hij. En bij gebrek aan immigranten (op die uit Oekraïne na) wordt vaak gesproken over de dreiging uit Rusland en Duitsland. De Russen hebben de moord verordonneerd van Kaczynski’s tweelingbroer Lech, in meer neutrale kringen bekend als de vliegramp van Smolensk. Duitsland heeft historisch minstens even slechte kaarten. Een citaat van Kaczynski: ‘Merkel wil allereerst de onderwerping van Polen.’

Szydlo 'betrapt' voor de Europese vlag

En premier Beata Szydlo? Die wil geen persconferenties meer geven met de Europese vlag (‘dat vod’) in beeld.

Een correspondent schrijft graag: ‘Ik zie hier de toekomst.’ VS-correspondenten zien de ‘amerikanisering’ van Nederland, correspondenten in Bosnië zien ‘balkanisering’, een correspondente in Oeganda beschreef Afrika zelfs eens als voorbode van Nederland. Dezelfde neiging is verleidelijk in Polen. Toch zijn de ontwikkelingen niet louter exponenten van brede internationale stromen. Sterker, wie zijn horizon eindeloos verbreedt, mist veel. Hij zou zomaar het 33 meter hoge christusbeeld in het stadje Swiebodzin kunnen missen, om maar iets typisch Pools te noemen. Of hij mist de kroning van Christus tot koning van het land, afgelopen november, in aanwezigheid van de president en met de zegen van de katholieke kerk. Sindsdien is Polen, ‘Christus onder de volkeren’, opnieuw een koninkrijk, met Jezus op de troon.

Uit overtuiging

Kaczynski staat aan Zijn kant, strijdend tegen het kwaad. Daarin lijkt hij te verschillen van iemand als Viktor Orbán. Dat is een handige, opportunistische politicus. Uit verhalen van mensen die ooit nauw met Kaczynski samenwerkten, zoals oud-minister Ludwik Dorn, blijkt daarentegen dat Kaczynski oprecht gelooft in zijn missie. Hij is overtuigd van het bestaan van het absolute kwaad. En dat kwaad heeft een hoofdkantoor. De grote opdracht is voor Kaczynski: de mensen die daar werken de pas afsnijden.

Wie bij die missie jeremieert over individuele vrijheden is een slappeling en niet in staat Polen te redden. Aan zelfverrijking doet Kaczynski niet. Anders dan Orbán en Poetin deelt hij ook geen lucratieve gunsten uit. Kaczynski, een man die tot voor kort slechts de bankrekening van zijn moeder gebruikte, is nog nooit betrapt op enige liefde voor materiële welvaart.

Politiek analist Jan Szyszko, van denktank Polityka Insight, ziet in Kaczynski’s verbeten strijd met zijn politieke aartsrivaal Donald Tusk het geloof in dat absolute kwaad. Szyszko: ‘Tusk ís het kwaad, daar moet je altijd tegen optreden. En dus móest de Poolse regering wel strijden tegen de herverkiezing van Donald Tusk tot voorzitter van de Europese Raad, al wist Kaczynski dat die strijd niet te winnen was en zelfs politiek schadelijk voor hem kon zijn.’ Kaczynski sloeg ermee een advies van Orbán in de wind, legt Szyszko uit. Die had het hem al tijdens hun eerste bijeenkomst na de verkiezingsoverwinning van PiS op het hart gedrukt: ga niet achter Tusk aan, zoiets werkt tegen je.

Dat blijkt inderdaad. Na de afstraffing in Brussel – Tusk werd herkozen met 27 stemmen tegen 1 – bleek PiS voor het eerst iets te dalen in de peilingen. Szyszko: ‘Polen vinden het niet fijn om internationaal een pleefiguur te slaan.’

Er is meer wat niet eenvoudig in een West-Europese context is te plaatsen. Zoals de reminiscenties aan de communistische tijd. Want al is PiS in haar retoriek de kampioen van het anticommunisme, in politieke stijl en praktijk doet de regering veel oudere Polen aan de jaren zeventig en tachtig denken. Journalisten en rechters zitten in de zak bij een regering die een eigen Poolse weg belooft, tegen het gecorrumpeerde Westen en zijn economische imperialisme.

Begrip voor onvrede?

De Amerikaanse Polen-kenner Brian Porter-Szücs legt uit dat deze reminiscenties electoraal niet onverstandig zijn. Polen is niet zo anticommunistisch als pers, intelligentsia en politici het eigen land noemen. Een verbluffende statistiek: zo’n vijftig procent van de Polen zegt sinds 1991 ieder jaar weer dat het uitroepen van de staat van beleg door generaal Jaruzelski, in december 1981, ‘gerechtvaardigd’ was. Dit terwijl het uitroepen van de noodtoestand in de Poolse historiografie een van de dieptepunten vormt van een weerzinwekkend, door iedereen gehaat repressief regime.

Porter-Szücs zit lange dagen in de bibliotheek van Warschau, waar hij werkt aan een geschiedenis van het economische denken in Polen. Na weer zo’n lange dag zitten we in een koffietent die overal had kunnen staan, met witgeschilderde muren en aardewerken kruidenpotjes die van het plafond aan touwtjes naar beneden hangen. Hij vraagt begrip voor de ongerichte onvrede van miljoenen Polen. ‘De neoliberale consensus van opeenvolgende regeringen heeft ze radeloos gemaakt.’

Daar speelt nostalgie doorheen. Porter-Szücs: ‘Bepaalde principes uit de tijd van het communisme vinden ze ook nu aantrekkelijk. Bijvoorbeeld: je verdient geen geld met bezit, maar krijgt betaald naar werk dat je verricht. Want echt, dat was het principe van economen onder het communisme. Betaald worden naar behoefte was iets voor later, als de marxistische heilstaat was aangebroken, voor nu kreeg je loon naar werk. Het kapitalistische uitgangspunt, dat de hoogte van salarissen op een markt worden bepaald naar vraag en aanbod, is nog altijd slechts aan een klein deel der Polen besteed. Het gevoel van onrechtvaardigheid is enorm.

Ik hoor vooral in plattelandsgemeenten, waar de meeste PiS-stemmers wonen: onder het communisme was er schaarste, maar het leven was voorspelbaar. Je had tijd voor je gezin. Bovendien kreeg je niet het verwijt van je kinderen dat je te weinig van je leven had gemaakt, maatschappelijk gezien. Tijdens dat vervloekte communisme had je dat allemaal toch niet in de hand.’

Porter-Szücs heeft die middag documenten bestudeerd van de onderhandelingen die de verboden vakbond Solidariteit in 1989 voerde met de toenmalige machthebbers. Ze spraken over de voorzichtige invoering van democratie. ‘Het is een paradox: het kapitalisme kwam naar Polen na protesten van een vakbond. En weet je wat de inzet van Solidariteit was bij de onderhandelingen? Wel, van alles, maar een van hun punten was: minder ongelijkheid. Sommige mensen werden in hun ogen te rijk, mensen die dat niet verdienden. We spreken 1989. Voorts eisten ze inflatiecorrectie van de lonen, het in stand houden van de sociale voorzieningen van werknemers en het voortbestaan van de garantie op volledige werkgelegenheid.’

Het is anders gelopen, zacht gezegd. Porter-Szücs: ‘Ze zijn verraden door hun eigen mensen. Solidariteit leverde Balcerowicz.’

Leszek Balcerowicz is de econoom die Polen in de jaren negentig als minister van Financiën de shocktherapie gaf die het land heeft opgenomen in de vaart der welvarende landen. De therapie bestond uit een mix van deregulering, privatisering en liberalisering.

Porter-Szücs: ‘Mensen als Balcerowicz wisten iedereen ervan te overtuigen dat het niet anders kon. Zelfs zij die nu zeggen “we zijn te ver gegaan”, zeggen ook: “Maar we konden niet anders. We moesten dingen doen die de mensen niet willen.” Mijn theorie is dat als je lang genoeg tegen mensen zegt: “Wat jij wilt is irrationeel”, ze op een dag op irrationele politici zullen stemmen, in redeloze radeloosheid.’

Er gaat een vergelijkbare theorie rond onder Poolse analisten. De onvrede over snelle veranderingen, gecreëerd door hoge economische groei en toetreding tot de wereldeconomie, kan geen vertaling krijgen in een voorkeur voor sociaal-democratische oplossingen, omdat die besmet zijn door het communisme. Niet voor niets is Polen het enige EU-land dat niet één sociaal-democratisch parlementslid telt. Als steun voor het breidelen van het kapitalisme niet mogelijk is, blijft over: schelden op mensen. De woede jegens een situatie uit zich in woede jegens bevolkingsgroepen. Homo’s, feministen, vluchtelingen, moslims, expats. Het aantal geregistreerde hate crimes is vorig jaar met zestig procent gestegen.

Propagandataal

Leszek Balcerowicz vindt deze theorie onzinnig. Ik spreek de zeventigjarige econoom met een collega, Roeland Termote, in een kantoortje naast zijn werkkamer op de Warsaw School of Economics (lees het interview terug). Boven zijn hoofd hangt een plank met daarop tientallen trofeeën die hij in de loop der jaren heeft ontvangen. Ten eerste, zegt de gelauwerde vrije-marktdenker, is er wél steun voor breideling van het kapitalisme. Tot zijn verdriet en ergernis. PiS, zegt Balcerowicz, teert op racisme, is antiliberaal én links. En ja, hij is het met Porter-Szücs eens dat alleen het katholicisme de huidige regering onderscheidt van de communisten van voor 1989. Maar anders dan Porter-Szücs heeft hij geen begrip voor de onvrede over de neoliberale consensus van afgelopen regeringen. ‘Een woord als “neoliberaal” is bedacht om goed beleid slecht te laten klinken. Het is propaganda. Net als de notie van sociaal en economisch buitengesloten Polen. Buitensluiten is een actieve handeling, het impliceert dat achter iedere uitgesloten burger een slechte god of een slecht systeem staat. Dat is propagandataal, om een vrije samenleving ten onrechte in diskrediet te brengen.’

Als je ons iets kunt verwijten, zegt Balcerowicz, is het dat er te weinig is hervormd, niet te veel. Met een licht provocerende blik: ‘Houd je niet van privatiseren? Ga dan naar de buren, ga naar Wit-Rusland en kijk daar eens om je heen. Een socialistisch paradijs.’

Balcerowicz bedoelt het ironisch. Wit-Rusland is een arme dictatuur. Wat hij niet voor mogelijk kan houden is dat Wit-Rusland niet voor alle Polen een schrikbeeld is. Trouw-correspondent Ekke Overbeek, al zeventien jaar in Polen, sprak niet lang geleden ergens in het oosten van het land een eigenaar van een supermarkt, een groot fan van Kaczynski en iemand die de protectionistische koers van de regering toejuicht. ‘Wit-Rusland’, zei hij, ‘staat er best redelijk voor. Ze hebben goede wegen en keurige steden. Zij staan niet toe dat de Duitsers alles overnemen. Wit-Russen zijn baas over hun eigen media en hun eigen grond.’

Baas in eigen land

Het verschil tussen de Heinz-ketchup uit Amsterdamse supermarkten en die in Warschau heb ik niet kunnen proeven. Ook de Coca-Cola (met echte suiker in Duitsland en fructosesiroop in Polen) vind ik niet anders smaken. Wel verbaas ik me over de voorkeur onder Polen voor oploskoffie en goedkope surrogaat-chocolade. De schappen liggen er vol mee. Sommige repen zijn werkelijk bijzonder smerig en ik durf te beweren dat dit oordeel niet persoonlijk is; in West-Europa zou het onverkoopbaar zijn.

In de bijna drie jaar dat ik hier nu woon, vraag ik Polen voortdurend: ‘Wat denk jij? Waarom vinden jullie dat lekker?’ De kosten noemen ze zelden. Bijna altijd zeggen ze: nostalgie. Gewenning. Noem het acquired taste. Een oudere Pool vertelde me: ‘Als je decennialang niets anders dan goedkope troep krijgt, ga je er stiekem van houden. Daar veranderen stijgende inkomens en gelikte advertentiecampagnes niets aan, ook 25 jaar later niet.’ Hij voegde daar direct aan toe: ‘Maar hier mag je geen zinnebeeld in zien van het electorale succes van Kaczynski, zijn retropolitiek en de ontmanteling van de rechtsstaat.’

Waarom niet? ‘Ik houd ook van die nepchocola, Kaczynski vind ik verschrikkelijk. Bovendien kun je onze demonstraties ook retro noemen. De intensiteit van ons protest doet eveneens denken aan de jaren tachtig. Kom daar eens om in Hongarije.’

Oké, andere beeldspraak dan. In De geverfde vogel (1965) beschreef de in Polen geboren Amerikaanse schrijver Jerzy Kosinski (1933-1991) de overlevingstocht van een joodse jongen tijdens de Duitse bezetting. Hij ging van dorp tot dorp in landelijk Polen, werd voortdurend gediscrimineerd, lastiggevallen, in elkaar geslagen, en weer gered door een keur van kleurrijke barbaren. Op het einde van zijn reis, na de bevrijding en een hereniging met zijn ouders, herinnert hij zich een haas die pas na inzet van stevig geweld was getemd.

Maanden later was het deurtje van zijn kooi per ongeluk opengelaten. De haas sprong naar buiten en rende naar het weiland. Maar daar bleef hij plotseling staan, met omhoog gestoken oren. Hij onderging een verandering. ‘Zijn waakzame oren vielen naar beneden, hij zakte enigszins in elkaar en werd kleiner.’ Uiteindelijk draaide hij zich om en begaf zich traag naar zijn hok, alsof hij oud en futloos was geworden. Kosinski: ‘Hij droeg de kooi nu in zich mee.’

Eerder verschenen in De Groene Amsterdammer, nr. 20 2017.

Reacties zijn gesloten.