De nieuwe veteraan

De nieuwe veteraan

Ieder jaar kijkt het publiek bij de herdenking van de bevrijding reikhalzend uit naar de aanwezigheid van de veteranen. Zij die zelf daadwerkelijk hebben gevochten voor onze vrijheid. Dit jaar bij de 75 75 jaar vrijheid en operatie Market Garden zijn bij de herdenking in Driel nog drie Poolse veteranen die wij graag aan u hier voorstellen. Een van hen, Tad Cisek, is voor het eerst sinds 1944 terug in Driel: de nieuwe veteraan.

Onderstaande verhalen zijn vertalingen en samenvattingen uit het Engels van het relaas zoals de veteranen die zelf hebben opgetekend.

Tad Cisek: De nieuwe veteraan

Tot de herdenking van 2019 is Cisek nog nooit terug geweest in Driel. Aanleiding voor zijn bezoek is het project Arnhem Boys waarvoor ook hij gefotografeerd werd. Voor de organisatie van de herdenking was zijn bestaan tot voor kort onbekend en is zijn komst een mooie opsteker bij de 75ste herdenking.

Deportatie naar de Sovjet Unie

Ik werd geboren in een klein plaatsje in het gewest Horodanka in zuidoost Polen. Mijn ouders en buren waren kleine boeren die heen getrokken waren uit de regio van Rzeszow. Het leven was niet makkelijk maar met hard werken en veel bidden ging het ieder jaar beter totdat we in 1939 door Duitsland en de Sovjet Unie werden opgedeeld.
Wij en andere families werden ruw verdreven van onze grond en gedeporteerd naar verschillende gebieden in de Sovjet Unie. Daar volgde dwangarbeid en stierven mensen van honger, ondervoeding en ziektes.

In het leger

Na de Duitse inval in de Sovjet Unie in 1941 werden Poolse eenheden gevormd. Ik melde me als vrijwilliger in 1942. Na een reis via Persië (Iran), Halifax en New York kom ik uiteindelijk in Groot Brittannië. Daar sloot ik me aan bij de Eerste Poolse onafhankelijke parachutistenbrigade waar ik na afronding van mijn training werd ingezet bij Driel.

Na de oorlog

Na de oorlog verbleef ik twee jaar in Duitsland als onderdeel van de bezettingsmacht. In 1947 verliet ik het leger en schreef ik me in voor emigratie naar de US. Ik volgde een landbouwopleiding Glasgow en in 1951 emigreerde ik naar de VS waar ik in Chigago terecht kwam bij General Motors. Ik trouwde in 1953, verliet General Motors en ging op een melkboerderij werken in Wisconsin. In 1969 verhuisde ik naar Milwaukee. Daar werd ik actief in diverse Poolse organisaties.

De foto boven dit bericht toont Cisek op een van de panelen van de tentoonstelling Arnhem Boys.

Konstanty Staszkiewicz

Deportatie en vlucht

Ik woonde in mei 1941 met mijn ouders, vier broers en twee zussen in Oszmiana (nu Wit Rusland) toen het hele gezin werd opgepakt en we door de Sovjets en in goederenwagons naar Siberië werden gedeporteerd. Een reis van drie weken met als enige voedsel dat wat ze zelf hadden kunnen meenemen. Daar werden we aan het werk gezet op een boerderij.
In maart 1942 loop ik met mijn vriend Yurek weg naar een plaatje in de buurt van Novosibirsk. Daar pakken we de trein naar Tasjkent. Een treinreis van 2 dagen die we doorbrengen op het toilet om ons te verstoppen voor de Russen. Daar bleek dat we verder moesten naar Czok-Pak, een reis van nog eens drie dagen waarbij we ons verborgen in de eerste klas met de gedachte dat de Russen daar niet zouden zoeken.

In het leger

Bij het bereiken van Czok-Pak begon de officier die ons inschreef, een grote gespierde man, te huilen toen hij onze toestand zag. Onze kleren waren gescheurd en vies en ik had vodden om mijn voeten gewikkeld omdat ik mijn oude rubberen schoenen had geruild voor wat pannenkoeken in Tasjkent.

Daarna zijn we toegetreden tot de 8e divisie van het Poolse vrije leger.

Onze reis gaat verder per boot over over de Kaspische Zee naar Perzië (nu Iran). De overtocht was ruw en er stierven veel mensen aan dysenterie en tyfus. We leefden op haring en (meestal zout) water.

Bij aankomst in het doorgangskamp moesten we ons uitkleden, werden we schoren, gewassen en ge gedesinfecteerd en kregen we uniformen gegeven.
In augustus 1942 waren we in Palestina voor training, voornamelijk in de woestijn, hardlopen, push-ups enzovervoort. Beter dat dan bevriezen in Siberië.
In oktober dat jaar gaat de opleiding verder in naar Pietermaritzburg in Zuid-Afrika. Een opluchting voor Konstanty om weg te zijn uit de hitte in Palestina.

Begin 1943 gaan ze per boot naar Schotland om Italiaanse gevangenen te begeleiden. Yurek en Konstanty zouden zich daar ook aansluiten bij de parachutisten

De para’s

In het najaar 1943 begint zijn training. Nog niet met daadwerkelijk parachutespringen maar met name heuvellopen. En het 'apenbos' (meer hierover in ons Dossier). Daar sprongen we van een grote houten toren.

In mei 1944 wordt zijn eenheid, het 3e bataljon over geplaatst naar Petersborough. Zo nu en dan reisden we naar Ringway in Manchester om echt parachutespringen te oefenen, uit een vliegtuig of een ballon, zowel overdag als ’s nachts.

Begin september kwamen we erachter dat we zouden deelnemen aan een operatie met de codenaam 'Market Garden'. Yurek was inmiddels in Polen gedropt om zich daar bij het verzet te voegen.

Driel

We werden per parachute in Driel gedropt met als doel de brug bij Arnhem om de Engelse troepen te ondersteunen. De brug was al in Duitse handen. Hoewel bang geraakt te worden door Duits vuur, landde ik in een boomgaard. Ik werd gehinderd door mijn tas aan mijn been met daarin een deel van een 3-inch mortier en 2 granaten. Gelukkig ging alles goed.

Het Nederlandse verzet ontmoette ons bij de landing, leidde ons naar een ontmoetingsplaats en we groeven ons in rond de katholieke kerk in Driel. Ik was zo nerveus geweest toen ik uit het vliegtuig sprong dat ik nauwelijks kon slikken vanwege mijn droge mond, dus het eerste wat ik in de boomgaard deed was een appel plukken (enkele jaren na de oorlog ontmoette ik de boer in Driel die weigerde om mijn betaling voor de gestolen appel te accepteren).

We probeerden elke nacht de Rijn over te steken. En hoewel minder gevaarlijk, was het ook in Driel niet veilig bijvoorbeeld door Duitse scherpschutters.

Na enkele dagen vechten kregen we de opdracht ons terug te trekken en marcheerden naar Nijmegen. Vandaar ging het met de trein naar Calais in Frankrijk, vervolgens naar Dover en terug naar Peterborough om een aantal andere Poolse jongens op te leiden die door de geallieerden waren bevrijd uit Duitse gevangenschap.

Na de oorlog

Ik ging naar Duitsland voor de bezetting van twee en een half jaar, voornamelijk in Neuenkirchen. Daar kreeg in een brief uit Siberië en het nieuws dat mijn familie in orde was. Ik had helaas ontdekt dat Yurek, die als een broer voor mij was geworden, tijdens een actie in Warschau werd gedood.

In augustus 1947 werd ik overgebracht naar Engeland en verliet het leger. Ik had mijn familie nog steeds niet gezien. Ik verhuisde naar Nottingham om bij Beeston Boiler te werken.

Voor hen die het Poolse machtig zijn, in deze video doet Staszkiewicz zijn verhaal. Na de video volgt nu het verhaal van de derde veteraan Kubinski.

Henryk Kubinski

Henryk wordt geboren in Łochowice in 1925.

Dwangarbeid en in het Duitse leger

Toen de tweede wereldoorlog uitbrak moest ik dwangarbeid verrichten op een Duitse boerderij tot november 1943. Op 27 november moest ik in Duits dienst. Ik werd ingedeeld bij 82 Grenadier Erstaz Battalion in de buurt van Kassel. Na mijn training werd in Frankrijk gelegerd in de buurt van Duinkerken. Daar bleef ik tot de geallieerde invasie in juni 1944.

We werden naar Normandië gestuurd maar samen met een paar vrienden wist in te ontsnappen en liepen we over naar de geallieerden in Rouen.

Het Poolse leger

Kort na onze ontsnapping, in juli 1944 werden we naar Engeland gezonden om ons daar aan te sluiten bij de Poolse troepen. Ik werd getraind als parachutist. [red: Kunbinski was te laat om nog ingezet te worden bij Driel]. We werden met ons regiment in april 1945 in België gestationeerd en daarna in Berge, Duitsland waar we bleven tot november 1947 als onderdeel van de geallieerde bezettingsmacht.

Na de oorlog

Omdat ik door de situatie in Polen [red: Lees meer daarover] ging ik terug naar Engeland waar ik me aansloot bij de Polish Resettlement Corps (PRC) in Woodhall Spa. Kort daarna, in 1948 ging in bij het Britse leger waar ik werd ingedeeld bij Royal Army Service Corps (RASC). Ik vervulde verschillende posities in onder andere Engeland, Italië, Japan, Korea, Hong Kong, Matla en een UN missie op Cyprus. Na ruim 37 jaar verliet ik het leger op 21 mei 1981. Tot mijn pensioen op 65 jarige leeftijd werkt ik bij de Automobile Association.

In onderstaande video verteld hij zijn verhaal in het Engels:

Reacties zijn gesloten.