In Memoires van een antiheld (oorspronkelijke titel Pamiętnik antybohatera) van Kornel Filipowicz maakt de lezer de Tweede Wereldoorlog mee door de ogen van een man die er bewust voor lijkt te kiezen om de risico's die de oorlog met zich meebrengt te vermijden. Is hij daarmee alleen passief toeschouwer? Maar is de bewuste keuze voor deze rol ook niet aan actie? De verteller neemt je in ieder geval mee in zijn observaties en keuzes.
Gaande weg het verhaal blijkt dat de verteller Volksduitser is en werkt voor een Duits bedrijf tijdens de bezetting. Is hij de antiheld doordat hij geen actie onderneemt of is hij de antiheld omdat hij hiermee verbonden is met de bezetter? Zijn rol leidt er in ieder geval toe dat na de verdrijving van de Duitsers het nieuwe communistische bewind de hoofdpersoon voor de rechter brengt om een oordeel te vellen over zijn daden.
Kornel Filipowicz (1913-1990)
Kornel Filipowicz werd geboren op 27 oktober 1913 in Tarnopol (nu Ternopil, Oekraïne) en overleed in Krakau. Hij studeerde biologie maar koos voor een schrijverscarrière als prozaïst, dichter en scenarist. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij mee in de septembercampagne (1939). Hij ontsnapte uit krijgsgevangenschap, was actief in het verzet, werd gevangen genomen en zat in in de concentratiekampen Groß-Rosen en Sachsenhausen.
Na de oorlog publiceerde hij 37 boeken, met name korte verhalen en novellen over morele ambiguïteit en alledaagse menselijkheid. Hij werd bekend om zijn sobere, ironische stijl en misschien nog wel meer als partner van Nobelprijswinnares Wisława Szymborska.

Keuzes
Het compacte boekje leest makkelijk weg ook door de genoemde sobere, zakelijke stijl. Juist daardoor komen sommige observaties extra binnen. Dat hij geen passieve omstander is, blijkt uit het feit dat hij zijn huismeester eerst verraad bij de Duitsers. Vervolgens zorgt hij ervoor dat ze hem vrijlaten. Zo heeft hij macht over de huismeester.
Ook zegt de verteller: "En ik had iets nieuws over mezelf geleerd: Ik was geen slecht acteur. Dat kon me ooit nog van pas komen." Is dit acteerwerk ingegeven door lafheid of koel en berekenend? Het geeft de lezer in ieder geval een ongemakkelijk gevoel. Net als de uitspraak: "Ik sta boven idealen; ik ga niet, zoals allerlei idealisten, gebukt onder aarzeling of verwarring, ik hen niet de scrupules van patriotten. Ik sta boven dat alles. Omdat ik geen overtuigingen heb." en "Ik heb geen gevoel van solidariteit met vervolgde wezens; ze vervullen me met weerzin!" Is daarmee de passiviteit van de antiheld niet net zo kwalijk als actief je achter de winnaar scharen om te overleven?
Dit soort vragen zijn van alle tijden en niet alleen van de Tweede Wereldoorlog waarin Filipowicz het verhaal situeert of ten tijde van het communisme in Polen in 1961 toen het boekje voor het eerst werd uitgegeven.
Mede door de schrijfstijl is er ook ruimte voor humor. Wat dacht je van de zin: "Ik was geradbraakt na mijn gevecht met het Duitse lijk". Toch een daad van verzet? Lees het boekje, vertaald door Karol Lesman en uitgegeven door zirimiri press, zelf om hierachter te komen en oordeel zelf over deze antiheld.






